Image Alt

Historie

Boerenhofstede

Een voormalige boerenhofstede groeide uit tot buitenplaats Bijdorp toen mr. Johan de Bije (1649-1715) en Anna Oorthoorn (1644-1700) het terrein kochten in 1697. In de koopakte werd melding gemaakt van een landhuis, koetshuis, paardenstal, tuinmanswoning, gronden met ‘boomgaarden, plantages, een laan en getimmerten’. Zij plaatsten het monumentale hek aan de Veurseweg en bouwden tevens twee theehuizen, één aan de zijde van de Vliet en één aan de zijde van de Veurseweg. Beide theehuizen zijn gesloopt in 1832 respectievelijk 1952. Na het overlijden van het laatste familielid werd het landgoed geveild. De tabaksplanter Johannes Fahrensbach (1826-1875) werd de nieuwe eigenaar. In zijn opdracht werd de verwarmde kas gebouwd.

De Congregatie koopt het landgoed

Na het overlijden van Johannes Fahrensbach tijdens een pelgrimstocht in Lourdes, werd de buitenplaats op 22 oktober 1875 door zijn weduwe verkocht aan de Congregatie van de Heilige Catharina van Siëna waartoe ook een zuster van de familie behoorde. De Congregatie richtte in 1876 een school op voor ‘jonge juffrouwen van deftige stand om ze ‘een beschaafde en godsdienstige opleiding te geven’. Bij verkoop bepaalde de familie dat de meisjesschool Onze Lieve Vrouwe van Lourdes moest heten; dit staat op de gevel. Tevens kwam er in die tijd een noviciaat (voor nieuw komende zusters in hun proeftijd) in het landhuis. Kort na hun intrek startten de zusters met de bouw van een pensionaat; de eerste steen werd op 19 maart 1879 gelegd. In 1887-1888 kwamen er twee nieuwe vleugels voor het noviciaat.

Een nieuwe kapel

Door een erfenis was het mogelijk om een nieuwe kapel te laten ontwerpen door de bekende architecten Margry & Snickers uit Rotterdam. De kapel werd door de bisschop van Haarlem in 1895 ingewijd en is nog steeds zeer beeldbepalend voor Huize Bijdorp. In 1924 werden de wasserij, koestal, varkensschuur, paardenstal en koetshuis gebouwd. Uitbreiding van het pensionaat werd in 1937 gerealiseerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden soldaten in het gebouw gestationeerd. In 1942 namen de Duitsers de gebouwen en de tuin in gebruik. In hetzelfde jaar werd het nieuwe schoolgebouw zwaar getroffen; het werd na de oorlog herbouwd.

Door de verbreding van de Veurseweg om ruimte te maken voor de tram, werden in 1952-1953 het theehuis en de dienstwoning gesloopt. Er kwam een nieuwe dienstwoning aan de Veurseweg 1 voor terug. De tuinman ging in de dienstwoning aan de Koninklijke Marinelaan wonen, die in 1958 is gebouwd.

Gemeentelijk monument

In 1972 werden het pensionaat en de meisjesschool opgeheven. De school bleef in gebruik bij het Lucascollege tot 1984. In 1972 werd het pensionaat verbouwd tot appartementen voor de zusters. Een mortuarium werd in 1976 gebouwd en een jaar later werd gestart met de bouw van een dwarsvleugel. Dat deel van het gebouw is nu in gebruik bij Stichting Marente. Huize Bijdorp is in 2019 vanwege stedenbouwkundige, landschappelijke, architectuur-, cultuurhistorische en ensemble waarden tot gemeentelijk monument aangewezen.